De Rate of Perceived Exertion (RPE), of in het Nederlands de mate van ervaren inspanning, is een methode die gebruikt wordt om de intensiteit van een training of workout te meten op basis van hoe zwaar het wordt ervaren.

RPE is subjectief en varieert van persoon tot persoon, afhankelijk van het niveau, ervaring en algemene gezondheidstoestand.

Rate of Perceived Exertion en de Borg-schaal

De RPE-schaal kan verschillende vormen aannemen.

Een veelgebruikte versie is de Borg-schaal. Deze schaal loopt van 6 tot 20. Deze getallen zijn bedoeld om een schatting te geven van de intensiteit tijdens de inspanning, met 6 die overeenkomt met een hartslag van 60 slagen per minuut (rust) en 20 die overeenkomt met 200 slagen per minuut (maximale inspanning).

RPE-schaal van 0 tot 10

Een simpelere, meer hedendaagse versie van de RPE-schaal loopt van 0 tot 10, waarbij 0 geen inspanning betekent (bijvoorbeeld zitten) en 10 maximale inspanning is.

De Rate of Perceived Exertion is nuttig omdat het jou in staat stelt om je trainingsintensiteit aan te passen op basis van hoe jij je voelt, wat kan helpen bij het voorkomen van overtraining en blessures. Het is een handige tool om zonder horloge of losse hartslagband je inspanningen tijdens het hardlopen te monitoren.

Voorbeeld: Trainingsschema en Rate of Perceived Effort

De meeste trainingsschema’s gebruiken hartslag of tempo om trainingsintensiteit aan te geven. RPE is een minder bekende variant. Onderstaand een voorbeeld hoe de fictieve loper Alex zich op basis van RPE voorbereidt op een halve marathon.

Alex heeft een gevarieerd trainingsplan dat bestaat uit lange duurlopen, intervaltrainingen, herstellopen en rustdagen. Hij gebruikt de RPE-schaal om zijn inspanningsniveau tijdens elke training te monitoren en aan te passen, zodat hij effectief kan trainen zonder het risico op overtraining of blessures.

  1. Lange duurlopen: Voor zijn lange duurlopen streeft Alex naar een Rate of Perceived Exertion van 3-5, wat overeenkomt met een laag tot matig inspanningsniveau. Hij moet in staat zijn om een gesprek te voeren tijdens het lopen, wat aangeeft dat hij niet te hard van stapel loopt. Dit helpt hem om zijn uithoudingsvermogen op te bouwen zonder zijn lichaam te overbelasten.
  2. Intervaltrainingen: Tijdens intervaltrainingen varieert Alex tussen hoge intensiteit (RPE van 8-9) voor korte periode, gevolgd door herstelperioden van lage intensiteit (RPE van 3-4). Deze sessies zijn ontworpen om zijn snelheid en cardiovasculaire efficiëntie te verbeteren.
  3. Herstellopen: Na zware trainingssessies plant Alex herstellopen op een lage intensiteit, met een RPE van 2-3. Deze lichte inspanning helpt bij het bevorderen van de bloedcirculatie en versnelt het herstel door de afvoer van afvalstoffen uit de spieren.
  4. Rustdagen: Op dagen dat Alex niet loopt, gebruikt hij de RPE-schaal om te zorgen voor voldoende rust en herstel. Hij vermijdt activiteiten met een hoge RPE en focust in plaats daarvan op rust of lichte activiteiten zoals wandelen (RPE 1-2) of rekoefeningen.

Zoals je ziet kan Alex door het gebruik van de RPE-schaal zijn trainingen goed afstemmen op lichaamssignalen en vermijdt hij overbelasting. Hij leert ook beter naar zijn lichaam te luisteren en het onderscheid te maken tussen verschillende inspanningsniveaus, wat essentieel is voor een effectieve en duurzame trainingsprogressie.

Meer lezen over hartslagzones en hardlopen? Check dan deze pagina.

Tim Baks

Tot 2011 was ik een bankhanger, nu ben ik gecertificeerd hardlooptrainer en heb ik verschillende marathons en ultramarathons in het binnen- en buitenland gelopen.